Op deze pagina leest u wat WLZ-zorg is en wanneer u hiervoor in aanmerking komt. We leggen uit hoe de indicatie via het CIZ werkt, welke zorgvormen mogelijk zijn (instelling, thuis of pgb) en wat dit betekent voor financiering en eigen bijdrage.

De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zorg voor mensen met een blijvend intensieve zorgbehoefte, bijvoorbeeld ouderen met dementie, mensen met een verstandelijke beperking of psychische aandoening die permanent toezicht of zorg nodig hebben.

Voor wie deze zorg nodig heeft, kan het CIZ een Wlz-indicatie toekennen. Daarmee ontstaat recht op zorg — zowel in een instelling als thuis

Voor wie?

Je komt in aanmerking voor Wlz-zorg wanneer:

  • Je blijvend 24 uur per dag zorg of toezicht nodig hebt.
  • Je niet zelfstandig hulp kunt inschakelen bij risico’s.
  • Je een ziekte, (verstandelijke) beperking of stoornis hebt waardoor deze zorgstructuur noodzakelijk is

Indicatieprocedure

  1. De Wlz-check op de website van het CIZ geeft een snelle indicatie.
  2. Bij een positieve uitkomst volgt een formele aanvraag met medische gegevens.
  3. Binnen circa 6 weken volgt een besluit van het CIZ.
  4. Bij goedkeuring regelt het zorgkantoor de verdere zorgverlening of het persoonsgebonden budget (pgb)

Zorgvormen onder de Wlz

Zorg in een instelling

Volledige verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg of ggz-instelling met intensieve verzorging, begeleiding en verpleging

Wonen met zorg thuis

Mogelijk via Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT), mits je situatie thuis verantwoord en doelmatig is. Dit wordt beoordeeld door het zorgkantoor

Persoonsgebonden Budget (pgb)

Bij voorkeur of complexere zorgvraag kan zorg via een pgb worden ingekocht, inclusief recent ingevoerde regels voor logeeropvang en inzet voor vervoer (vanaf 1 juli 2025)

Belangrijkste wijzigingen in 2025 en vooruit

1 juli 2025 – wijziging logeeropvang via pgb

Nieuw beleid maakt het mogelijk dat mensen met zeer complexe zorgbehoefte zelf passende logeeropvang inkopen vanuit hun pgb, inclusief zorg door hun eigen pgb-team

Inzet pgb voor vervoer

Er komt wettelijke basis voor het betalen van vervoerskosten vanuit het pgb voor zorgdoeleindem

Indicatieregels 2025

De Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2025 zijn sinds 1 januari 2025 van kracht en vervangen die van 2024

Voorschrift Zorgtoewijzing 2025

Regionale zorgkantoren hanteren het nieuwe voorschrift van ZN (Zorgverzekeraars Nederland) voor uniforme toewijzing van Wlz-zorg vanuit januari 2025

Financiering en eigen bijdrage

  • De Wlz wordt gefinancierd uit de premie volksverzekering, én uit een door het CAK berekende eigen bijdrage vanaf 18 jaar
  • Per 1 januari 2025 zijn de eigen bijdragen fors omhoog gegaan

Tariefindexatie 2025

Tariefstijging voor zorginstellingen is gemiddeld 4,61 %: looncomponent 5,23 % en materiële stijging 2,41 % Finance Ideas. Bezuinigingen die aanvankelijk gepland waren (zoals taakstelling en contractombuigingen) zijn voor 2025 geannuleerd

Tegen 2026

Er wordt gewerkt aan nieuwe kostprijsberekeningen voor tarieven in 2026, inclusief herziening voor complexe profielen zoals VG7 (zeer intensieve gehandicaptenzorg)

Uitdagingen en toezicht

De NZa en de Algemene Rekenkamer melden dat Wlz-zorg thuis nog niet overal goed geregeld is. De kwaliteit en organisatie laat voor een deel van de mensen met Wlz-zorg te wensen over, mede door personeelstekorten en regionale verschillen

Een indicatie die door het CIZ wordt afgegeven geldt in principe voor de rest van het leven. Als de zorgbehoefte aanzienlijk verandert kunt u een herindicatie aanvragen.

Bij de indicatie wordt aangegeven wat het zorgprofiel is dat voor uw verwant belangrijk is. Op basis van dit zorgprofiel wordt de zorg door het zorgkantoor ingekocht en het profiel vormt ook de basis voor het zorgplan.

In de AWBZ werd de indicatie afgegeven in ZZP’s (zorgzwaarte pakketten). De profielen die nu gebruikt worden komen in grote mate overeen met de oude ZZP’s. Het grote verschil is echter dat nu niet meer staat aangegeven op hoeveel uren zorg en hoeveel dagdelen dagbesteding gerekend mag worden. Dat maakt het er natuurlijk niet gemakkelijker op om te beoordelen of uw verwant ook daadwerkelijk de zorg krijg die nodig is en waarvoor de zorgaanbieder ook het geld krijgt. Uw onafhankelijke cliëntondersteuner kan u zonodig helpen dit boven tafel te krijgen..

Voor mensen met een verstandelijke beperking hanteert het CIZ op dit moment de volgende profielen (met daarnaast de vergelijking met de oude ZZP’s)

 VG Wonen met begeleiding en verzorging

3 VG

 VG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging

4 VG

 VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging

5 VG*

 VG Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering

6 VG

 VG (Besloten) wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering

7 VG*

 VG Wonen met begeleiding en volledige verzorging en verpleging

8 VG*

 LVG Wonen met enige behandeling en begeleiding

1 LVG

 LVG Wonen met behandeling en begeleiding

2 LVG

 LVG Wonen met intensieve behandeling en begeleiding, kleine groep

3 LVG

 LVG Wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding

4 LVG*

 LVG Besloten wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding

5 LVG*

 LVG Behandeling in een SGLVG behandelcentrum

1 SGLVG*

Binnen de AWBZ was het mogelijk om bij de ZZP’s met een * nog zogenaamde meerzorggelden te krijgen als op basis van een individueel dossier kon worden aangetoond dat extra intensieve zorg nodig is. Hoe dit binnen de WLZ verloopt is bij KansPLus nog niet bekend. Zodra we die informatie hebben zullen we dit op deze pagina vermelden.

Voor ieder profiel is een beschrijving van persoonskenmerken en zorgbehoefte. Deze beschrijvingen kunt u hier lezen.

Als uw verwant zorg krijgt vanuit de WLZ kan hij te maken krijgen met drie vormen van eigen bijdrage.

Verplichte eigen bijdrage

De eerste is de verplichte eigen bijdrage. Deze wordt door de landelijke overheid vastgesteld en het wordt geïnd door het CAK. Als uw verwant een uitkering via het UWV ontvangt, wordt de verplichte eigen bijdrage daar maandelijks al op ingehouden.

De hoogte van de verplichte eigen bijdrage is mede afhankelijk van het inkomen en het eventuele vermogen. Het deel van het vermogen dat wordt meegeteld wordt ontleend aan de belastingaanslag. 8% van het vermogen van uw verwant boven het heffingsvrije bedrag, wordt meegeteld bij de berekening van de eigen bijdrage. Het heffingsvrije bedrag wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en ligt voor 1 persoon rond de € 22.000. Als uw verwant dan een vermogen heeft van € 30.000 wordt 8% van € 8.000 = € 640 bij het inkomen opgeteld voor de berekening van de eigen bijdrage.

Vrijwillige eigen bijdrage

De zogenaamde vrijwillige eigen bijdrage is een bijdrage die u moet betalen aan de zorgaanbieder voor kosten die de zorgaanbieder voor uw verwant maakt die niet gedekt worden vanuit de WLZ. Het gaat daarbij onder andere om:

  • waskosten van persoonlijke kleding
  • aansluiting TV antenne en eventueel internet
  • kosten voor individuele uitstapjes
  • inrichting van de eigen kamer met persoonlijke meubelen

De hoogte voor deze ‘vrijwillige’ bijdragen worden door de instelling zelf vastgesteld. Bij het Kennis-en adviescentrum krijgen we regelmatig klachten over buitensporig hoge eigen bijdragen die gerekend worden. Zo worden voor waskosten bij de ene instelling € 300 per jaar berekend en bij een andere instelling € 750 of zelfs meer.

Als u van mening bent dat bij de instelling van uw verwant te hoge bedragen in rekening worden gebracht vinden we het belangrijk om hierover geïnformeerd te worden. Maar het is ook belangrijk dat u uw bezwaren neerlegt bij de cliëntenraad van de instelling, omdat die advies kan uitbrengen bij de vaststelling van de regeling.

Op de website van het Zorginstituut Nederland kunt u uitgebreide informatie vinden over wat wel of niet vanuit de WLZ verzorgd wordt.

Eigen bijdrage zorgverzekeringswet

De derde vorm van eigen bijdragen zijn die in het kader van de zorgverzekeringswet. Dit bestaat enerzijds uit het verplichte eigen risico dat landelijk wordt vastgesteld, en anderzijds kunnen voor bepaalde behandelingen een eigen bijdrage gevraagd worden. Dat is mede afhankelijk van de verzekeringsvorm waarvoor u gekozen heeft.

Als uw verwant in een woning van een instelling woont, maar wel gebruik maakt van huisarts, apotheek en fysiotherapeut in de wijk waar hij woont, is het handig om in de gaten te houden of de rekeningen op de juiste plaats worden ingediend. Deze vormen van eerstelijns gezondheidszorg vallen namelijk onder de WLZ als er een indicatie is voor zorg met behandeling.  De kosten moeten dan bij de zorgaanbieder gedeclareerd worden en niet bij de zorgverzekeraar. Worden ze wel bij de zorgverzekeraar gedeclareerd dan moet uw verwant ten onrechte een eigen risico betalen over bijvoorbeeld de medicijnen die via de apotheek verstrekt worden. U kunt dit vinden op de overzichten die u krijgt van de zorgverzekeraar en op de nota’s voor het eigen risico.

Waar gewerkt wordt kunnen fouten worden gemaakt. En waar verschillende mensen of instanties een beoordeling moeten maken over wat goed is voor uw verwant kunnen meningsverschillen ontstaan. Als daar in een goed gesprek met de direct betrokkenen niet uitgekomen kan worden, kan het moment komen dat u een formele klacht wilt indienen. Zeker als u vindt dat uw verwant schade heeft ondervonden of kan gaan ondervinden door het handelen van de ander.

Als u problemen heeft met beslissingen van het CIZ over de indicatiestelling, het CAK over de vaststelling van de eigen bijdrage of het UWV over de vaststelling van de uitkering, moet u een beroep doen op de eigen klachtenregelingen van deze instanties. Deze kunt u op hun websites vinden:

Als u een klacht heeft over een beslissing van het zorgkantoor, moet u bij uw eigen zorgkantoor zijn en daar opvragen wat de klachtenregeling is, of deze op de website van het zorgkantoor opzoeken.

Klachten over de zorgverlening zelf

Als u een klacht heeft over de zorg zelf, moet u zijn bij de zorgaanbieder. Zorgaanbieders die zorg leveren in het kader van de WLZ zijn verplicht een eigen klachtenregeling te  hebben. Dat is één van de toelatingseisen. Als u een klacht wilt indienen, kunt vragen u een exemplaar van de klachtenregeling te geven als u deze niet gemakkelijk op de website kunt vinden. (niet alle aanbieders zetten deze regeling gemakkelijk vindbaar op de site).

Meestal begint de klachtenprocedure met gesprekken laag in de organisatie en als het daar niet kan worden opgelost, komen hogere leidinggevenden in beeld. Uiteindelijk kan de klacht worden voorgelegd aan een klachtencommissie. Niet iedere instelling heeft een eigen klachtencommissie. Vaak wordt in een regio samengewerkt en hebben instellingen samen een regionale klachtencommissie.

De ervaring leert dat de klachtencommissie bij beslissingen die door een zorgaanbieder genomen zijn, zich meestal niet uit over de inhoud van de beslissing. Wel wordt gekeken naar de procedure, bijvoorbeeld of de cliëntenraad de gelegenheid heeft gehad advies te geven en of daarbij de goede informatie is verstrekt. Of als het om een beslissing gaat over uw eigen verwant, wordt gekeken of het inderdaad een beslissing is die de zorgaanbieder had mogen nemen en of u daar op een goede manier bij betrokken bent geweest. Bij klachten over het handelen of de bejegening ten opzichte van uw verwant wordt vaak wel meer naar de inhoud gekeken.

De formele klachtenprocedure kan soms lang duren en de adviezen van de klachtencommissie zijn niet bindend voor de zorgaanbieder. Als het gaat om ernstige klachten en als uw verwant op korte termijn schade kan ondervinden als uw klacht niet gehonoreerd wordt, kunt u zelf voor een versnelling kiezen. Dat kan bijvoorbeeld door de klacht niet alleen naar een leidinggevende van het zorgteam te richten (vaak is dat de eerste formele stap in de procedure), maar de klacht ook rechtstreeks naar de directie of raad van bestuur van de instelling te sturen met het verzoek om direct actie te ondernemen om schade voor uw verwant te voorkomen.

Ook kunt u afhankelijk van de ernst van de klacht en de haast die ermee geboden is dat de klacht behandeld wordt, externe instanties benaderen, zoals het zorgkantoor of de IGZ (inspectie gezondheids zorg). Op de website van de inspectie kunt u lezen hoe en waar u een klacht kunt neerleggen.

Op zoek naar informatie over hulpmiddelen binnen de Wet langdurige zorg? In onze brochure vind je een handig overzicht en praktische uitleg. 

Wil je weten wat de verschillende zorgwetten voor jou betekenen? In onze brochure leggen we uit wat elke wet regelt en waar je terechtkunt voor ondersteuning. 

Meer weten

Algemene informatie over de Wlz kunt u hier vinden: https://www.zorgwijzer.nl/faq/wlz 

De volledige wettekst vindt u hier: wetten.nl – Regeling – Wet langdurige zorg – BWBR0035917

Of kijk hier het filmpje Uitleg Wet langdurige zorg

Of neem contact op met het kennis- en adviescentrum (030-2363750)(advies@kasplus.nl)