Dagbesteding & werk

Dagbesteding is niet alleen belangrijk om verveling te voorkomen, maar het is ook een manier om invulling te geven aan een zinvol leven. Het is daarom belangrijk dat de dagbesteding aansluit bij de interesse en mogelijkheden van iedere persoon met een beperking.

In de WMO zijn geen landelijke normen voor de dagbesteding. Iedere gemeente kan dit zelf regelen. Voor informatie hierover moet u daarom bij het WMO loket van de gemeente of bij uw eigen wijkteam zijn.

De laatste jaren is er in de WLZ instellingen veel veranderd in de dagbesteding; vooral als gevolg van landelijke bezuinigingen op de vervoerskosten van woning naar dagbesteding. Meer specifieke dagbestedingsprojecten, met soms grote reisafstanden voor de deelnemers, zijn gesloten en men is nu aangewezen op meer algemene vormen van dagbesteding dicht bij huis. Maar nog afgezien van de gevolgen van de vervoerskosten, zien we op meerdere plekken dat zorgaanbieders aan het bezuinigen zijn bij de dagbesteding.

Als belangenbehartiger van uw verwant is het goed als u zelf een beeld vormt over de voor uw verwant meest gewenste vorm van dagbesteding. KansPlus heeft een checklijst ontwikkeld die u kunt gebruiken bij uw gedachtevorming over de gewenste dagbesteding.

Op dit onderdeel van de website willen we u een beeld geven van de verschillende aspecten die bij dagbesteding van belang kunnen zijn.

Een belangrijk kenmerk van mensen met een verstandelijke beperking is dat hun ontwikkeling langzamer gaat dan bij niet gehandicapte mensen. Ze hebben meer tijd nodig om op het maximale van hun kunnen te komen. Dat betekent dat ze niet alleen in de kinderleeftijd, maar ook als volwassene nog baat kunnen hebben bij een ontwikkelingsgerichte dagbesteding.

Bij veel instellingen is het ontwikkelen (of in stand houden) van vaardigheden een belangrijk doel van de dagbesteding en dit zien we dan ook terug in veel ondersteuningsplannen. Vaak blijkt echter dat het bij de vaardigheden die genoemd worden vooral gaat om praktische taakgeoriënteerde vaardigheden. Als KansPlus vinden we dat dit belangrijk.  Maar KansPlus vindt ook dat bij ontwikkelingsgerichte dagbesteding ook de ontwikkeling van sociale vaardigheden een belangrijke plek moet hebben. Dat kan bijvoorbeeld door het bevorderen van onderlinge contacten, samenwerken en elkaar helpen, samen spelen, etc. De dagbesteding is bij uitstek een plek waar aandacht aan de ontwikkeling van deze vaardigheden besteed kan worden.

De belevingsgerichte dagbesteding is vooral voor mensen bij wie het (samen) bezig zijn en daar plezier aan beleven voorop staat. Het dag/week programma bestaat vaak uit een aantal verschillende activiteiten, zoals creatieve activiteiten, samen zingen of naar muziek luisteren, koken, wandelen of fietsen, bewegingsactiviteiten, enzovoort . Sommige instellingen hebben ook faciliteiten zoals een zwembad of een kinderboerderij waar gebruik van kan worden gemaakt. Tijdens de dag wordt vaak een afwisseling geboden in rustige momenten en meer actieve momenten.

Voor mensen met een ernstige (meervoudige) beperking die niet in staat zijn concrete activiteiten te doen gaat het meer om het ervaren dan om het doen . Voorbeelden van activiteiten die gedaan worden zijn snoezelen, massage, muziek luisteren, tastactiviteiten (zoals spelen met zand/water/schuim). Er wordt vaak ruim de tijd genomen voor eten en drinken en voor meer persoonlijke aandacht door de begeleiders.

Als belangrijke doelen van de belevingsgerichte activiteiten wordt vaak het activeren van de deelnemers genoemd en het voorkomen dat ze hun leven in passiviteit doorbrengen. Doelen die echter ook genoemd kunnen worden zijn het stimuleren van persoonlijke interacties met begeleiders en andere deelnemers.

Onderzoek heeft aangetoond dat mensen met een verstandelijke beperking vaak te weinig bewegen en dat dit mede de oorzaak is dat ze sneller verouderen dan andere mensen. KansPlus pleit er daarom voor dat binnen de dagbesteding ruim aandacht besteed wordt aan bewegingsactiviteiten.

Woning-gebonden dagactiviteiten zijn vooral belangrijk voor mensen

  • voor wie het vervoer van en naar een activiteitengroep belastend is,
  • die behoefte hebben om meer in de veiligheid van de eigen woning te blijven,
  • die vanwege een wisselende vitaliteit niet iedere dag een vol dagbestedingsprogramma willen.

Voorbeelden waar woning-gebonden dagbesteding goed kan zijn, zijn mensen die emotioneel of psychisch erg instabiel zijn en ouderen.

Instellingen gaan heel wisselend om met woning-gebonden dagbesteding. Er zijn instellingen die dit niet willen bieden, omdat volgens de visie iedereen overdag dagbesteding buiten de woning zou moeten hebben.  Dat betekent dan bijvoorbeeld dat ook bejaarde mensen met een beperking overdag naar dagbesteding buiten de woning moeten, en iedere ochtend op tijd klaar moeten staan voor het vervoer.

We zien ook andere ontwikkelingen, namelijk dat er steeds vaker beleidsmatig gekozen wordt voor woning-gebonden dagbesteding. In een aantal gevallen heeft dit te maken met bezuinigingen. Dat is wat KansPlus betreft niet acceptabel.

Voor KansPlus gelden de volgende condities voor woning-gebonden dagactiviteiten:

  • Er moet een gekwalificeerde begeleider ingeroosterd zijn voor de dagactiviteiten.
  • Gaten in het dienstrooster mogen niet worden opgelost door de activiteiten te schrappen.
  • Er moet een herkenbaar programma zijn dat de bewoners die thuis blijven wordt aangeboden.
  • De keuze om deel te nemen aan het woning-gebonden activiteitenprogramma moet gebaseerd zijn op individuele behoefte van de bewoners en als zodanig ook in het ondersteuningsplan zijn vastgelegd.

Door het vertraagde ontwikkelingstempo van mensen met een verstandelijke beperking is voor velen scholing en vorming belangrijk als ze de schoolleeftijd te boven zijn. Meestal omvat scholing en vorming als dagbestedingsvorm geen volledige week, maar gaat het om een of een paar dagdelen per week. Activiteiten kunnen liggen op het gebied van eenvoudig rekenen en lezen, omgaan met geld, boodschappen doen, praten over actualiteiten uit het nieuws, reizen met openbaar vervoer, gebruik maken van een computer / tablet.

Ook inzicht in sociale situaties, ontwikkeling van sociale vaardigheden en omgaan met seksualiteit kunnen onderdeel zijn van een programma voor scholing en vorming.

In het kader van de ‘normalisatiegedachte’ (mensen met een beperking moeten zoveel mogelijk leven als niet gehandicapte mensen) is er de laatste 15 – 20 jaar een sterk accent gekomen op arbeidsmatige dagbesteding. In veel instellingen geldt als uitgangspunt dat arbeidsmatige dagbesteding voor volwassen de norm is en dat andere vormen van dagbesteding alleen bestemd waren voor mensen die niet tot arbeid in staat zijn.

Hiermee wordt volgens KansPlus niet alleen voorbij gegaan aan de wensen en behoefte van individuele mensen met een beperking, maar er wordt ook eenzijdig gekeken naar de formele leeftijd van een persoon en niet naar zijn sociaal emotionele ontwikkeling. Wat ons betreft kan er alleen een reden zijn voor arbeidsmatige dagbesteding als dit gebaseerd is op wensen en behoeften van een individu.

Arbeidsmatige dagbesteding kent veel verschillende vormen. De meest traditionele vormen zijn het eenvoudige inpakwerk, werk in de tuin of industrieel werk. Dit eenvoudige routinematige werk kan mensen de voldoening geven dat ze iets presteren. Aan de andere kant is het werk dat slechts een beroep doet op een beperkt aantal vaardigheden waardoor een bredere ontwikkeling van potenties niet wordt gestimuleerd. Ook zien we vaak dat mensen vooral met hun eigen werk bezig zijn, soms zelf door schotten afgescheiden van anderen om niet afgeleid te worden (dit gebeurt vaker bij mensen met autisme). Dat betekent dat mensen, hoewel ze met een werkje bezig zijn, nog steeds in hun eigen wereld blijven en niet tot sociale interacties komen met anderen.

De laatste jaren is er een grotere variëteit gekomen in het aanbod van arbeidsmatige dagbesteding waarin ook meer potenties van de mensen benut en ontwikkeld worden. Voorbeelden hiervan zijn kunstateliers,  print/copy shops, werk in een restaurant of kantine. Hierbij vindt ook een belangrijke verschuiving plaats van werken in een activiteitencentrum van de instelling naar meer binnen de samenleving. Veel instellingen hebben wel ergens een openbaar eetcafé waar mensen met een verstandelijke beperking onder begeleiding werken, of groepjes mensen die in een ander bedrijf of organisatie werken, zoals in verzorgings- en verpleeghuizen of openbare kinderboerderijen.

Er komen steeds meer mogelijkheden voor individueel begeleid werk binnen reguliere bedrijven. De begeleiding kan op verschillende manieren geregeld worden. Vaak gaat het om een combinatie van een medewerker van het bedrijf die de persoon met een beperking tijdens de werkzaamheden zo nodig begeleid, daarbij ondersteund door een jobcoach die periodiek komt kijken hoe het gaat en adviezen kan geven aan de persoon met de beperking of aan diens werkbegeleiders. Ook kan de jobcoach in het begin meer aanwezig zijn om de persoon met een beperking te trainen voor de te verrichte werkzaamheden.

Er is een onderscheid gemaakt tussen werken met behoud van de WAJONG uitkering en loonvormend werk. Bij loonvormend werk betaalt de werkgever een normaal salaris. Van de werknemer wordt verwacht dat deze voldoende produceert en niet teveel begeleiding daarvoor nodig heeft van zijn collega’s.

In 2015 is een nieuwe regeling ten aanzien van de WAJONG ingevoerd. Deze houdt in dat iemand die een arbeidsvermogen heeft van tenminste 20% geen recht heeft op de gewone WAJONG uitkering van 75% van het minimumloon, maar op een lagere uitkering van 70% van het minimumloon. Mensen die al voor 2015 een WAJONG uitkering hadden, kunnen opnieuw worden beoordeeld en voor hen zal de eventuele aanpassing van de uitkering per 2018 ingaan.
Niet alle Wajongers worden opnieuw beoordeeld. De uitzonderingen zijn voor:

  • Wajongers die voor 1 januari 2018 de pensioengerechtigde leeftijd bereiken;
  • Wajongers die in een studieregeling zitten (die worden pas na afronding van de studie opnieuw beoordeeld);
  • Wajongers van voor 2010 waarvan al is vastgesteld dat ze enig arbeidsvermogen hebben;
  • Mensen die na 2010 in de Wajong zijn gekomen, omdat toen al bij de keuring is gekeken naar een eventueel arbeidsvermogen.

Mensen die een arbeidsvermogen hebben van tenminste 20% vallen  onder de participatiewet. De gemeente is dan verantwoordelijk voor de ondersteuning bij het vinden van een gewone betaalde baan. Formeel zou dit ook van toepassing zijn op mensen die zorg krijgen in het kader van de WLZ. Hoe dat in de praktijk gaat gebeuren is nog niet bekend. KansPlus wordt graag door u op de hoogte gehouden als u hier ervaringen mee heeft.

De herbeoordeling zal in eerste instantie door het UWV gedaan worden op basis van dossieronderzoek. Uw verwant hoeft daarvoor dus niet daadwerkelijk door een keuringsarts gezien te worden. Als u het niet eens bent met de uitslag van dit dossieronderzoek, kunt u te allen tijde alsnog een fysieke herbeoordeling vragen. Het kan raadzaam zijn om daarbij ook de ondersteuning van een onafhankelijke cliëntondersteuner te vragen.

Meer weten?

Als u vragen heeft omtrent de herbeoordeling kunt u voor advies contact opnemen met ons Kennis & Adviescentrum

Hier kunt u een folder van het UWV over dit onderwerp vinden.